Voeding in laatste deel droogstand (close-up groep)

Droge koeien mogen nimmer afvallen in de droogstand. De negatieve energie balans die daarbij ontstaat zorgt voor een verhoging van de hoeveelheid vrije vetzuren (NEFA’s). Een verhoging van de NEFA’s resulteert in een verhoogd risico op (sub)klinische mastitis. In een praktijkproef bleek dat 42% van de koeien een BCS verlies liet zien in de droogstand.

Verstrek de dieren in de laatste weken van de droogstand hetzelfde ruwvoer (voordroogkuil en snijmaïs) als de dieren in het begin van de lactatie. Een rantsoen met 850-900 VEM /kg ds en 14,5 – 15 % ruw eiwit is prima. Wen de koeien en vaarzen geleidelijk in de laatste 2-3 weken voor het afkalven aan krachtvoer (koeien 2 kg, vaarzen 1 kg).
Iedere koe zal in de laatste 10 dagen voor het afkalven minder voer opnemen terwijl de energie behoefte gelijk blijft of zelfs stijgt. Krachtvoer is van belang om de energie dichtheid van het rantsoen te verhogen, om de mindere voeropname enigszins te compenseren. Daarnaast is het wennen aan krachtvoer ook van belang voor de aanpassing van het microbiële leven in de pens.
Pensvlokken groeien door een grotere aandeel pensafbreekbaar zetmeel (zit vooral in krachtvoer) in het rantsoen. Grotere pensvlokken betekent meer oppervlakte in de pens.

Een grotere oppervlakte van de pens verhoogt het resorbeerbaar oppervlakte voor voedingstoffen vanuit de pens en dat is gunstig als de “fabriek” op volle toeren moet gaan draaien.

Van belang is om de koe zo lang mogelijk in een positieve energie balans te houden. Probeer op alle mogelijke manieren de voeropname te stimuleren door dagelijks smakelijk vers voer te verstrekken. Geef de koeien voldoende voerbreedte (minimaal 75 cm per aanwezige koe) en voer met voldoende (10%) voerresten. Verstrek ook deze periode de juiste hoeveelheid droogstandmineralen.